Ambachtelijke aardbeienkwarktaart in Borger

In mijn bestelautootje passen niet alleen veel bestellingen, maar ook mijn fiets. En dat is heel fijn, want zo kan ik regelmatig ook wat verder van huis een fietstochtje maken. Iedere keer weer verrast de omgeving me: mooie bossen, landweggetjes, prachtig bloeiende heide en gezellige boerenbedrijvigheid.

Onlangs was ik rond taarttijd in Borger. Ik herinnerde me dat daar een nieuw theehuis was geopend, tevens een werkplek voor mensen met een beperking. Dus daar moest ik even kijken. Ik moet zeggen dat ik de thee en de taart er geen eerlijke kans heb gegeven. De entourage van Lekker Hip stond me tegen. Het contrast tussen die heerlijke natuurlijke omgeving van Borger en het knalgroene en ontzettend drukke interieur van Lekker Hip – met heel veel leuke kadootjes en cupcakeversierspullen – was te groot voor mij. Ik zou me er zeker even lekker hip tussen gevleid hebben als er interessante taart in de vitrine had gestaan. Maar daar zag ik dus alleen die vreselijke cupcakes, hoewel er op de kaart ook nog appeltaart stond. De 80 soorten thee waarover Lekker Hip rept, heb ik niet gezien. Zal wel aan mij liggen.

Ik dus naar Toscana aan de overkant. Laatst had ik bij Talamini in Zwolle heerlijke Italiaanse citroentaart gegeten, de torta delle nonna. Aan Italianen en taart ga ik nog eens een apart blog wijden want daar valt veel over te zeggen. Maar Toscana is Talamini niet, zo bleek. Bij Toscana stond er naast appeltaart en hollandse wafel tiramisutaart op de kaart. Die onthoud ik voor een volgende keer, maar daar had ik nu geen zin in. Het leek me het beste om mijn fietstocht maar te vervolgen en af te zien van mijn taartmoment. Maar daar zag ik toch nog bij Hampshire Hotel Bieze aardbeienkwarktaart op het stoepbord staan. Op de kaart werd ie zelfs omschreven als ambachtelijk.  Heerlijk, dacht ik, een lekkere, hollandse, frisromige kwarktaart, met de laatste verse hollandse aardbeien en misschien wel met kwark van Drente Aa Zuivel of gewoon lekkere boerenkwark. Hmmm …

Het bleek een diepvriestaart te zijn van een matige kwaliteit en met het kenmerkende triest-feestelijke uiterlijk dat dat soort taarten vaak heeft. De toef slagroom die ernaast gespoten was, was wijselijk versierd met een chocolaatje en niet met een aardbei want daarmee zou je de gast nog eens op het idee brengen van hoe zo’n taart zou kunnen smaken. De bodem bestond uit twee lagen, een oorsponkelijke harde en een zachte. Maar eenmaal ontdooid wordt de structuur hetzelfde. Je zou de moeite van twee lagen nog kunnen nemen omdat je er de lekkerste jam tussen stopt. Daarmee kan je zo’n taart enorm omhoog halen. Maar dit spul was als de jam uit zo’n cupje dat je bij je ontbijt treft in een hotel. O ja, even vergeten waar ik was.

En hoewel zo’n taart bepaald niet smaakvol is, is ie ook niet vies. Ook ik heb hem opgegeten. En dan is het natuurlijk gewoon een optelsom van hoeveel mensen hem bestellen, hoe weinig hij kost in geld en tijd, hoeveel je er mee verdient en hoeveel schade je ermee berokkent. En dat viel ook wel weer mee. De rest van de ervaring was immers wel ok. De koffie van Peeze was erg lekker, ik zat heerlijk op het terras en de tijdschriftentafel binnen zag er heel aanlokkelijk uit voor als ik er langer had willen verblijven.

De ober was het met me eens dat deze taart het kenmerk ambachtelijk niet verdiende. Had ie ook al eens tegen z’n baas gezegd. Had ik toch maar de huisgemaakte appelcake besteld, zei hij. De koffie van Peeze was overigens heerlijk en het koekje dat erbij lag was ook lekker. Dat smaakte zelfs een beetje ambachtelijk …

Cheesecake in het heerlijke Vliegerhuys

Onlangs had ik een zakelijke taartafspraak in het Vliegerhuys in Zwolle.  Dat is hetzelfde als een lunchafspraak of een dinerdate, maar dan met de intentie taart te eten. Ik formuleer het maar voorzichtig want het kan zijn dat ik de intentie niet omzet in actie als er niets is wat de calorieën waard is. In het Vliegerhuys konden we kiezen uit appeltaart, chocoladebol of cheesecake. We kozen voor de cheesecake.

Uitermate zelfverzekerd en met flair zette de ober een royale punt voor ons neer. Ik denk dat zijn houding en de groote van de punt de aandacht moest afleiden van de bovenkant die wel heel erg donker was geworden. Ja, zo doe je dat. Als het product niet perfect is maar je besluit het toch te serveren, dan kan je het ook maar beter vol overtuiging doen. Beetje poedersuiker erop, misschien merkt de klant het niet.

En ze hadden geluk want met taart telt ook de intentie. Gewoon of je het als chef goed voor hebt met je gast, of je een plezierige sfeer creëert en of je je werkelijk welkom voelt. En dat is zo in het Vliegerhuys. De koffie komt met allemaal lekkere dingetjes en wat de taart betreft zat het hem in de volle, frisse, pure smaak zonder opsmuk. Lekker citroenig was ie en er was niet beknibbeld op de hoeveelheid roomkaas. In een beetje cheesecake gaat toch al gauw een kilo.

Jammer daarom dat de taart te lang gebakken was. Daardoor was hij droog en korrelig. De bodem van de taart bestond uit zandtaartdeeg. Weer met de juiste intentie, lekker boterig. Maar een te lang gebakken zandtaartbodem helpt het geheel ook niet bepaald soepel naar binnen te glijden. Toch is er weinig voor nodig om van deze cheesecake met overduidelijk goede ingrediënten de perfecte, smeuïge cheesecake te maken. Keywords zijn: alle ingrediënten op kamertemperatuur, zorgvuldig maar zo kort mogelijk mixen, bakken op maximaal 160 graden liefst met wat stoom in de oven, maar het allerbelangrijkste is om de baktijd te stoppen als de vulling nog wat wiebelig is.

Hoe meer risico je neemt met de wiebeligheid, hoe lekkerder je taart wordt. Daar zit wel een grens aan natuurlijk. Als er nog sprake is van golfslag, durf ik ook niets te garanderen. Maar ik heb vaak een cheesecake uit de oven gehaald met een wiebeligheidsfactor waarvan ik dacht: dit keer gaat het mis. Maar dat is nooit gebeurd. Telkens wordt de taart stevig in het afkoelproces. En hoe meer risico ik nam, hoe strakker de taart werd van uiterlijk en hoe smeuïger van structuur.

Nog even over dat uiterlijk: een cheesecake heeft de neiging zich in de oven enorm op te blazen en als ie eruit komt geleidelijk in te storten. Tot heel diep soms. Op deze foto kan je goed zien welke hoogten deze cheesecake bereikt moet hebben.

Soms valt de instorting mee maar ontstaat er een scheur in de taart, zo’n scheur als in woestijnaarde, zo’n diepe spleet. De Amerikanen lossen dat op door na de eerste afkoelfase een enorme hoeveelheid gezoete crème fraiche over de taart uit te strijken en hem dan nog vijf minuten in de oven te zetten zodat het laagje mooi glad wordt. Nederlanders denken dan dat er een drukfout in het recept geslopen is  als je na 1000 gram roomkaas ìn de taart ook nog eens 400 gram crème fraiche òp de taart moet doen.

Scheuren en instortingsgevaar kan je voorkomen door de taart heel geleidelijk af te laten koelen. Je laat hem eerst een tijdje met de deur open in de oven staan en zet hem dan op kamertemperatuur totdat hij volledig is afgekoeld. Wel even op een rooster anders wordt je bodem klef. En vertrouw er maar niet op dat je een imperfectie kunt verbloemen met poedersuiker. Hopelijk zit er nog zoveel vocht in je taart dat de poedersuiker ‘smelt’ en niet meer zichtbaar is. Als de poedersuiker zichtbaar blijft zoals op de foto, betekent dat dat er helemaal geen vocht meer in zit en ik had al uitgelegd wat dat doet met de structuur.

Op de schaal van de wereldvrede is bovenstaande natuurlijk  helemaal niet belangrijk, maar mijn dag wordt mooier van een perfecte cheesecake. Juist omdat ik die graag eet zonder versieringen. Want dat kan natuurlijk ook. Leg er een lading verse aardbeien op en niemand die nog zeurt over de spleet of de donkere bovenkant. Dat had bij de Vliegerhuystaart nog wel wat kunnen doen trouwens.

Maar ik kom er zeker terug. We zaten er heerlijk op het buitenterras (de ambiance binnen is ook heel plezierig), de bediening is er uitstekend en links en recht zagen we heerlijke dingen voorbij komen. De volgende keer honger ik mezelf eerst uit, maak ik een lunchafspraak en kies dan misschien wel de chocoladebol als dessert. Heb er nu al zin in.

Honing-notentaart van Autour de la table

Eén van m’n Brownies per Post-klanten tipte me over de honing-notentaart van Autour de la table.  Dus bestelde ik hem. Gewoon zomaar om te proberen, niet voor een speciale gelegenheid. Maar wel een beetje voor het weekend, omdat er dan meer afzetmogelijkheden zijn hier in huis. Ik kreeg een vriendelijk bericht per mail dat de taart op woensdag gepost was. Dat vind ik fijn, om een persoonlijk bericht te krijgen via de mail, ook al koop ik in een webshop.

Donderdagochtend stond ik op het punt om van huis te gaan toen er twee flinke dozen geleverd werden. Dat leken me de browniekaarten te zijn die ik besteld had. Die zette ik snel binnen, want ik was al laat. Toen ik terug kwam, wachtte er flink wat werk en ging ik aan de slag. Pas toen ik trek kreeg, dacht ik weer aan mijn taartbestelling. Ik hoopte dat die die middag geleverd zou worden en vroeg me tegelijkertijd af waarop mijn browniekaarten eigenlijk in twee dozen verpakt waren en waarom er met koeieletters BREEKBAAR op een van die dozen stond. Maar even kijk dus.

Toen ik de doos opende, zag ik dat ie van Autour de la table afkomstig was. Er steeg er een sterke lavendelgeur op. Dat vond ik raar voor een honing-notentaart. Het bleek een extraatje te zijn in de doos, een mooi zakje met lavendel en ook nog een zeepje. En toen kwam er een grote piepschuimen doos te voorschijn, heel indrukwekkend. Met daarin een goed verpakte, grote, rechthoekige en loodzware taart. Hij zat nog in het papier waarin hij gebakken was. De zwaarte van de taart en de klefheid ervan stemden me hoopvol.

Om te helpen proeven zat ik die middag met Iet en Maud autour de mon table. Ons gesprek ging over natuur. Iet was met haar rode-hoeden-club op koesafari geweest in Arriën en vertelde hoe ontzettend leuk het was om de koeien met hun kalfjes in zo’n natuurlijke omgeving te zien. En Maud vertelde dat ze maar matig zin had om met haar familie op vakantie te gaan naar Noorwegen omdat ‘daar alleen maar natuur is’. En omdat ze al om tien voor zes ‘s ochtends met een taxibusje naar Schiphol gebracht zouden worden.

Gelukkig was er de honing-notentaart. De koek was lekker vol en boterig en de vulling klef, geurig en vol met noten. Heerlijk. Zo heerlijk dat een klein stukje genoeg is. En dan kan je er zeker twintig mensen op trakteren. Henny en Roelie, onze weekend-boerderijgenoten waren de volgende gelukkigen. Zij arriveerden ‘s avonds laat en hadden onderweg moeite gedaan om niet toe te geven aan de lekkere trek. Alsof ze het wisten. Ook bij hen viel de taart bijzonder goed.

De browniekaarten zijn er trouwens nog niet. In de andere doos zat het promotiemateriaal van Orange Babies, dat het goede doel is van de taartenbakwedstrijd op ons Festival der Zoete Verleidingen. Ik hoop dat ik La table alsnog kan verleiden om daar hun lekkere taart te gaan verkopen. (Onder de foto’s staan alle lekkere links).

De links:

http://www.autourdelatable.nl voor de honing-notentaart en andere lekkere dingen
http://www.vechtdalhoeve.nl voor de koesafari en meer leuke dingen
http://www.noorwegen.nl voor heeeel veel natuur, maar ook best veel cultuur
http://www.festivalzoeteverleidingen.nl waar het allemaal bij elkaar komt

Cinnamon rolls en herinneringen aan Longview

In de weekenden delen wij onze boerderij met onze vrienden Roelie en Henny. Roelie woonde een aantal jaren in de USA. Haar goede herinneringen aan cinnamon rolls kwamen ter sprake. Die kocht ze af en toe in de ‘mall’ in Longview. Dat triggerde mij om ze ook weer eens te maken. Leuk als ontbijt op zondag, had ik bedacht.

Ik gebruikte het recept van Noorse kaneelbroodjes uit ‘Hoe word ik een goddelijke huisvrouw’ van Nigella Lawson, want dat zijn gewoon cinnamon rolls. Hoewel ik Nigella tegenwoordig een beetje al te zelfingenomen vind, is dit bakboek van haar echt geweldig. Niet alleen staan er goede recepten in, ‘t is ook gewoon leuk om te lezen.

Doelend op de boektitel vroeg een wildvreemde man mij een tijd geleden in de trein of het een beetje wilde lukken. Ik vertelde hem dat ik inderdaad aardig op weg was wat bakwerk betreft. Waarop hij zich  afvroeg of zijn vrouw beledigd zou zijn als hij haar het boek kado zou geven. Ik ben benieuwd hoe dat afgelopen is …

Om half negen - wat rijkelijk laat is om nog een gistbrood voor ontbijt te maken – stond ik net als Nigella altijd doet in mijn ochtendjas – of duster zoals Roelie zegt – in de keuken niks te doen. Want dat brooddeeg kneden laat ik mooi over aan m’n Kitchen Aid.  Het rijzen – ook al zo hard werken – zou volgens Nigella een uur duren. Met narijzen en bakken zou dat leiden tot een ontbijtje om elf uur. Is niet vroeg, maar kan nog wel op de zondag, vind ik.

Uiteindelijk werd het een broodje bij de thee om vier uur. Het rijzen duurde veel langer (misschien omdat ik in plaats van 600 gram meel en 3 zakjes gist een pak witbroodmix heb gebruikt), ik werd opgeslokt door de administratie die ik in de tussentijd deed en van de vulling maakte ik eerst ook nog een kliederzooi omdat ik de boter veel te vloeibaar had gemaakt.

Maar om half vier kwamen er dan toch een paar verrukkelijk ruikende en ogende cinnemon rolls uit de oven. Terwijl die stonden af te koelen ging ik de rest van mijn boerderijgenoten nog een half uurtje helpen in de tuin, want op een of andere manier vind ik dat je wel een beetje fysiek moe geworden moet zijn als je dat soort lekkere dingen bij de thee eet ‘s middags.

Het leuke van cinnamon rolls is dat je ze zo lekker van elkaar af kunt trekken als ze gebakken zijn. En als je dat dan doet met van die vieze tuinvingers zoals op de foto van Roelie weet je zeker dat het aangrenzende broodje ook voor jou is.  En ja, ze haalden oude herinneringen op. En ze waren lekkerder dan die uit de mall. Maar dat is nauwelijks een compliment. Ik heb nog even gegoogled op afbeeldingen van cinnamon rolls en Longview. Het gaat ze daar duidelijk om het formaat, niet om de smaak. Bij Stuffy’s winnen ze. Belachelijk.

Als je googlet op Noorse kaneelbroodjes en Nigella Lawson vind je het recept. Of beter nog, koop het boek en word ook een goddelijke huisvrouw.

Clafoutis waar je nog even op moet wachten

Toen ik gisteren de boodschappen deed zag ik voor het eerst dit seizoen weer kersen liggen. Dat bracht me op het idee om een clafoutis te maken, wat eigenlijk meer een dessert dan een taart is. Ik gebruik daarvoor het recept uit het boek Smakelijk Frankrijk van Uitgeverij De Lantaarn, een boek dat ik al jaren heb met stuk voor stuk heerlijke recepten uit de Franse boerenkeuken.

Clafoutis is een soort dikke pannenkoek met fruit. In de oven gebakken in een dichte schaal - niet in een springvorm – omdat het beslag zo vloeibaar is. Het bereiden ervan duurt maar 10 minuten, exclusief de baktijd dan.

Volgens het recept moet je de vanillezaadjes er na het trekken uit zeven, maar waarom zou je dat doen? Ik koop mijn vanillepeulen bij de groothandel. Die zijn beter dan die van Soubry in de supermarkt. Maar die zijn dan altijd nog weer beter dan de aroma uit het flesje van Baukje.

Hieronder zie je hoe ik de peul in de lengte gehalveerd heb, de gehalveerde peulen op m’n werkvlak leg en er met de achterzijde van een schilmesje de zaadjes uit schraap.

Ik gooi de schil van vanillepeulen altijd in een grote pot suiker. Zo maak ik m’n eigen vanillesuiker. De suiker wordt er wat vochtig van, maar dat is niet erg.

Ondanks die heerlijke vanille, was het resultaat gisteren maar matig. Of zoals A. het subtiel uitdrukte: “Je bent de smaak vergeten toe te voegen”. Hij had gelijk. Ik had me niet moeten laten verleiden tot het kopen van deze eerste, veel te waterige en te dure kersen. En ik was vergeten dat de pit erin moet blijven. Die heb ik er met mijn ontzettend handige kersenontpitter uitgehaald.

Dus … gewoon nog even wachten tot onze Hollandse kersen lekker groot, zoet en zwart zijn en dan nog een keertje maken. Maar het zag er wel gezellig uit.